Productiemethoden
Er zijn meerdere productiemethoden waarmee een composietconstructie kan worden gemaakt. De producten die wij leveren worden in hoofdzaak gemaakt door middel van vacuüminjectie en pultrusie. Beide methoden zijn geschikt en betrouwbaar om constructies mee te maken. Het verschil tussen beide methoden is dat er bij vacuüminjectie een complete constructie in 1 keer gemaakt wordt, terwijl er bij pultrusie halffabricaten geleverd worden die vervolgens kunnen worden samengesteld.

Vacuüminjectie
Bij vacuüminjectie wordt er een vezelconstructie in of op een mal gebouwd. Na het opbouwen van het vezelpakket, met inbegrip van eventueel kernmateriaal, wordt het complete pakket rondom afgesloten door middel van een grote plastic zak. Als de zak luchtdicht op de mal is aangesloten, wordt de zak vacuüm getrokken. Hierdoor wordt het vezelpakket tegen de mal gedrukt zodat het de goede vorm gaat aannemen.

Pultrusie
Pultrusie is een geautomatiseerd proces om allerlei soorten profielen mee te fabriceren. Vrij vertaald betekent pultrusie ook profieltrekken. Doordat deze vorm van produceren volledig geautomatiseerd is, kunnen we garant staan voor een constante kwaliteit. Het grote voordeel van deze techniek is dat het profiel voor 60% van het gewicht bestaat uit glasvezel. Hierdoor zijn de profielen enorm sterk. Met pultrusie is het mogelijk de profielen in elke gewenste lengte te maken. Doordat het soort, de hoeveelheid en de richting van de vezels variabele parameters zijn, kan een product optimaal ten aanzien van zijn functie ontworpen worden.

De CS® brug is opgebouwd uit composietlaminaten met een schuimen kern. Een sandwichconstructie. Alleen wel met verticale dwarskrachtschotten. In deze constructie worden de composietlaminaten als constructieve elementen beschouwd. Het schuim functioneert als vulling tussen de laminaten. Het productieproces dat gebruikt wordt heet vacuüminjectie. Bij dit productieproces worden allereerst de vezels ten behoeve van het boven- of onderlaminaat op een mal gelegd. Vervolgens worden de schuimblokken met vezels bekleedt. De met vezels beklede blokken worden op het vezelpakket gelegd. Daarna worden er vezels op de met vezels beklede blokken gelegd. Tenslotte wordt het gehele pakket onder vacuüm gezet en met hars geïnjecteerd.